Ik was wat nieuwsgierig naar de verhouding in ons land tussen het deel van de beroepsbevolking wat dagelijks geld creëert (het bedrijfsleven/marktsector) en anderzijds wat geld kost (collectieve sector/uitkeringen).
(Alles hieronder in FTE)
In het jaar 2025 bestond onze beroepsbevolking uit 13,44 miljoen volgens het CBS.
Daarvan is de geld producerende groep 5,98 miljoen en de geld consumerende groep 7,46 miljoen., waarvan 2,42 miljoen collectieve sector en 5,04 miljoen uitkeringen (WW, WIA, Bijstand, AOW).
De conclusie is dan dat een wat kleinere groep het moet verdienen om de wat grotere groep financieel op orde te houden. De bestuurders van ons land zijn zich zeker bewust van deze situatie en hun zorg zal zeker zijn dat de verhouding niet verslechtert in het nadeel van de geld producerende groep, immers neemt dan de druk op veel punten toe en zal dat invloed hebben op de te maken politieke keuzes.
In 2025 ontvingen 5,04 miljoen mensen een uitkering. Dit was voor 3,63 miljoen aan AOW en 1,41 miljoen aan overige uitkeringen. Bij deze overige uitkeringen zal de WIA ongetwijfeld een grote rol spelen.
De op 1 januari 1957 ingevoerde AOW is een omslagheffing, waarbij de werkenden betalen voor de uitkering aan gepensioneerden. Er was dus een evenwicht zonder dat de overheid financieel betrokken was in een situatie dat destijds de uitkeringsperiode van AOW ongeveer 14 jaar was. Doordat we ouder worden is de uitkeringsperiode in 2025 opgelopen tot ongeveer 19 jaar, daarop is een correctie gekomen van 2 jaar doordat de pensioengerechtigde leeftijd is verhoogd van 65 naar 67. Er wordt dus nu 3 jaar langer AOW uitgekeerd dan oorspronkelijk en dat heeft tot gevolg dat de omslagheffing alleen niet voldoende meer is, maar dat de overheid moet bijspringen. In 2025 moest er 25 miljard Euro bijgepast worden zo blijkt uit het jaarverslag van de SVB. Als de overheid zou hebben vastgehouden aan het principe van de omslagheffing dan zou de AOW leeftijd inmiddels ver boven de 70 jaar zijn.
De gehele financiering van de AOW, zowel direct als indirect, wordt opgebracht door de geldproducenten en is dus terecht meegenomen in de hiervoor aangegeven verdeling als geldconsumptie.
Wij moeten er van uit gaan dat onze bestuurders de balans tussen productie en consumptie goed bewaken.
Ruud van Enter
Bronnen:
CBS: De arbeidsmarkt in cijfers.
CBS: werkgelegenheid op diverse manieren gemeten.