Integriteit en ethiek in de advocatuur

Onze advocaten zijn boven twijfel verheven, integer en dragen ethiek hoog in het vaandel. Dat moet ook, want immers zijn ze aangewezen om cliënten te vertegenwoordigen die zelf per definitie onmachtig zijn om hun eigen zaak te bepleiten.35863692-kaukasisch-advocaat-in-de-rechtbank-law-concept

Het is een goede zaak als je er voor kiest om je bij te laten staan door een advocaat op basis van zijn kennis en kwaliteit. Maar daarin is niet altijd een vrije keuze, in veel gevallen is een advocaat wettelijk verplicht en dus moeten de kosten voor die bijstand gemaakt worden.

Advocaten berekenen voor hun inzet het aantal gewerkte uren maal een uurtarief plus eventueel gemaakte kosten, zoals kantoorkosten, griffierechten, etc. De uurtarieven zijn in beginsel vrij en daarover kan onderhandeld worden. Het is ongetwijfeld zo dat binnen de beroepsvereniging (Nederlandse Orde van Advocaten), maar ook daarbuiten, tussen advocaten overleg is over minimumtarieven. Uit de praktijk ontstaat de indruk dat de Orde wel degelijk regulerend optreedt en daardoor wellicht een kartelachtige status riskeert.

Er is wel eens een discussie ontstaan of het niet beter zou zijn dat advocaten zich laten belonen in relatie tot het behaalde resultaat voor hun cliënt. Het zogenaamde “no cure, no pay” of “no cure, less pay” principe. Die gedachte is natuurlijk niet vreemd, want immers lopen de belangen van cliënt en raadsman parallel naar we mogen hopen. Maar dat wijst de beroepsgroep met nadruk af omdat dit in strijd zou zijn met hun beroepsethiek en mogelijk zelfs met hun integriteit. Het gevaar zou dan zijn dat een advocaat even zo snel mogelijk een zaak wil afronden en geen behoefte heeft aan lange slepende zaken met een onzekere afloop zonder oog voor een optimale uitslag voor de cliënt. Daarin hebben ze gelijk, maar wat is de keerzijde?

Uit een recent praktijkvoorbeeld blijkt dat uit een lastige gerechtelijke procedure uiteindelijk aan een cliënt een schadevergoeding wordt toegekend van € 95.000 bruto. Dat is mooi en netto houdt de cliënt daar aan over € 47.500. Uit dat netto bedrag moeten de kosten van de advocaat betaald worden en die bedroegen afgerond € 45.000. Aan de gehele rechtsgang houdt de cliënt dus uiteindelijk € 2.500 over. Dit lijkt mijns inziens niet echt in balans, ook in de wetenschap dat het hier niet eens een zeer dure society advocaat betrof. Gevallen als deze met vergelijkbare financiële uitkomsten zijn geen uitzondering.

De beroepsgroep mag dus veranderingen in de beloningsstructuur op nobele gronden blijven afwijzen, maar de disbalans in de financiële verhoudingen is ook verre van nobel en wellicht staat ook de ethiek onder druk. Ik stel voor dat de Orde en zijn leden eens om de tafel gaan om zich te bezinnen op een andere structuur, die meer recht doet aan de uiteindelijke belanghebbende.

Geef een reactie