Volksvertegenwoordiging

Gerdi Verbeet, onze voorzitter van de 2e Kamer, maakt zich zorgen over de samenstelling van die 2e Kamer. Uitgangspunt is dat het parlement een afspiegeling moet zijn van de samenleving en mevrouw Verbeet heeft zo haar twijfels of dit uitgangspunt wel gehaald wordt.  Volgens mevrouw Verbeet is er inmiddels sprake van een monocultuur met elitaire academisch opgeleide kamerleden, die allemaal dezelfde kranten lezen, dezelfde feestjes bezoeken en dezelfde boeken lezen.

Gemiddeld is 12% van onze bevolking academisch opgeleid, bij kamerleden is dat 80%. Bij een toetsing van de belangrijkste kandidaten voor de volgende verkiezingen blijkt dat de meeste kamerleden geen werkkring hebben gehad buiten de politiek en als dat wel zo was dan voor korte tijd en dan vaak banen in de (risicoloze) publieke sector bij een Ministerie, als wetenschapper of als onderzoeker. De relatie met arbeid, en dus met de echte werkvloer, is er eigenlijk niet.

We worden dus bestuurd door elitaire theoretici, mogelijk met voldoende intellect, maar geheel zonder enige relatie of voeling met de samenleving. Pim Fortuin zag deze groep terecht als regentenklasse, waarbinnen alle bestuurlijke functies onder elkaar worden verdeeld. Vanuit een theoretische blik op de wereld worden regels gemaakt met de gedachte dat de burger onvoldoende bekwaam is en een steeds verdergaande regie nodig heeft om te kunnen functioneren.Onlangs schreef journalist Ben Kuiken een boekje over de onstuitbare regelzucht onder de titel “Fuck de Regels“. De toename van regels is omgekeerd evenredig aan de afname van de eigen verantwoordelijkheid van de burger, die regels als een korset krijgt aangemeten zonder enige speelruimte. Een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid leidt er toe dat regels stipt worden uitgevoerd, ook als de uitvoering nadelig is. Ingevoerde regels die niet blijken te werken worden niet afgeschaft, maar aangevuld met nieuwe regels ter correctie. Theoretici zijn niet vertrouwd met risico’s en dat zie je terug in regels, die steeds meer beogen elk risico uit te sluiten. Angst voor risico’s bepaalt in hoge mate steeds meer onze samenleving. Een mooi voorbeeld van deze angst is het systeem van houdbaarheidsdata op voedsel. De ouderen onder ons ruiken of de melk zuur is, de jongeren gooien het weg als de houdbaarheidsdatum is verstreken, ook al is het product nog normaal te consumeren. Deze regelgeving zorgt er voor dat we via voedselverspilling een belangrijke bijdrage leveren aan het mondiale voedselverlies van 30% van de totale productie. Hoezo honger in de wereld?

De onbekendheid van politici met de harde werkelijkheid is ook een van de oorzaken van het vastlopen van Europa. Zonder goed op te letten zijn verbonden gesloten met landen, die geheel niet in het beoogde collectief pasten op financiële en/of culturele gronden. De bereidheid om bestuur af te staan aan Brussel bleek niet groot, waardoor een verenigd Europa onbereikbaar werd. Zelfs over de plek van vestiging (Brussel/Straatsburg) konden de politici geen overeenstemming met elkaar bereiken. Aan de structurele overbesteding door de diverse regeringen kon ondanks de spelregels geen halt worden toegeroepen en het werd steeds lastiger oplopende tekorten te financieren. Het vorenstaande is de tijdbom die nu leidt tot de crisis en niet, wat de politiek graag zegt, het falen van de banken. Het is gewoon politieke onbenulligheid, pedanterie en onwil. We mogen niet verwachten dat de politiek over voldoende kwaliteit beschikt om Europa op korte termijn op orde te brengen en die situatie, gekoppeld aan de ontwikkeling in landen als China, zorgt er voor dat we ernstig moeten vrezen voor de welvaart in Europa op langere termijn.

De vraag is of een mindere welvaart erg of onterecht is. Onze welvaart is door de eeuwen heen in hoge mate ten koste gegaan van landen, die we nu aanduiden als de derde wereld. Protectionisme en grootschalige subsidie van de Europese landbouw zorgen er voor dat we een bepaalde vorm van kolonialisatie in stand houden, waardoor de derde wereld steeds achterblijft en dat gecompenseerd krijgt met ontwikkelingshulp. Verbazend is dat sociaal bewogen partijen, zoals bijvoorbeeld de PvdA, sterke voorstanders zijn van ontwikkelingshulp en daarmee de achterstelling van derde wereld actief steunen. Als we het goed menen met de derde wereld dan laten wij hen toe op onze markten zonder enige belemmering en stoppen we met de marktvervalsende subsidies. Ongeveer 30% (43,7 mljrd) van het Europees budget (147,2 mljrd) wordt aangewend ter ondersteuning van en subsidie aan de eigen landbouw. Een stapje terug in onze welvaart is dus niet zo onredelijk.

Ook ons parlementaire model lijkt achterhaald, maar niet is zeker of de regenten willen vernieuwen als dat ten koste gaat van hun eigen werkgelegenheid. De rol van de Provinciale Staten begrijpt bijna niemand. De 1e Kamer is in 1815 ingesteld om de adel aangevuld met andere notabelen toezicht te laten houden op de besluiten in de rechtstreeks gekozen volkse 2e Kamer. In de huidige situatie kan de 1e Kamer worden opgeheven, toezicht op de 2e Kamer past niet meer in deze tijd.

Met de verkiezingen voor de deur op 12 september 2012 borrelen de hiervoor genoemde zaken bij mij op en maken het meedoen aan onze mooie democratie lastig. Ik, en velen met mij, weten niet op welke partij gestemd moet worden. Ook komt de vraag op of stemmen, en daarmee het systeem van de regentenklasse steunen, nog wel een gewenste zaak is. Politieke standpunten gaan ten onder aan oeverloze compromissen, zeker nu de vorming van een kabinet bijna onmogelijk lijkt door de grote verdeeldheid. Probleem is dat andere bestuursvormen dan een democratie niet aantrekkelijk zijn. Doormodderen dan maar en hopen dat kritische mensen als Gerdi Verbeet soms wat kunnen bijsturen?

3 reacties op “Volksvertegenwoordiging

  1. Iemand sprak mee over mijn post. De reactie was dat we het land toch onmogelijk kunnen laten besturen door VMBOers, dus wat wil ik nu met die academici. Ik word hier niet blij van, er zijn dus mensen die denken dat niet academische gevormden allemaal VMBOers zijn. Is er nog hoop?

  2. Het gebrek van politici aan ervaring op de werkvloer is zorgelijk. Je zegt terecht dat regelgeving verzonnen wordt vanuit een theoretische blik op de maatschappij. Recent hebben we weer een voorbeeld van een persoon die bijna de PvdA als grootste partij gemaakt heeft; Samsom. Deze voormalig activist en ongetwijfeld zeer intelligente man, heeft nog geen dag in zijn leven een normale baan gehad. Kortom, hij heeft nog nooit iets bijgedragen aan de maatschappij.
    Nu wordt Samsom gezien als een leider van de nieuwe generatie die niet tot de oude regentenelite behoort. Dit is naar mijn mening niet waar. Hij baseert zijn visie op de maatschappij enkel en alleen vanuit theoretisch (idealistisch) oogpunt. Ook hij zal zich aansluiten in het rijtje regenten die de regels voor het volk vaststellen, met weinig begrip voor de realiteit.
    Er is weinig hoop voor ons parlementaire systeem en ik ben met je eens dat onze gekozen vertegenwoordigers er niet veel aan zullen doen om het te veranderen. We modderen dus door….

Geef een reactie